Kabinet van nagekomen oorlogsberichten – Embedded Art / Nationaal Militair Museum

Hoe herinneren mensen een oorlog? En hoe leven die herinneringen voort bij iemand die het zelf niet heeft meegemaakt? Luuk Wilmering (1957) bezocht vele oorlogsmusea in Nederland, België, Frankrijk, Engeland  en Duitsland en maakte er honderden foto’s. In de Amerikaanse commandobunker doet hij op basis van zijn foto’s en objecten uit het Nationaal Militair Museum op Soesterberg zelf een poging tot een reconstructie. Zonder daar letterlijk naar te verwijzen vestigt zijn Kabinet voor Nagekomen Oorlogsberichten daardoor ook de aandacht op het militaire verleden van Soesterberg. 


Ongegrond geheugen


Diorama’s, paspoppen in militaire uitrusting: het geheel zendt nogal tegenstrijdige boodschappen uit. Neem nu de foto’s van de idyllische paspoppen met hun ongeschonden gezichten en te lange wimpers in kleding waarin soldaten misschien wel gesneuveld zijn. Wat kunnen we voor waar aannemen en wat niet? In onze herinnering leven gebeurtenissen telkens weer anders voort. Zoals het landschap op Soesterberg onmerkbaar verandert, zo veranderend is ook ons geheugen. Als de navertellers ons al een juiste voorstelling van zaken hebben geschetst, dan nog moeten wij er onze eigen voorstelling van maken. En die wordt dan weer beïnvloed door praktische beperkingen (we waren er immers zelf niet bij) en door voorstellingen van anderen zoals in musea of films.   


Feitelijke fictie?


Luuk Wilmering weet in zijn foto’s, collages en schilderijen een heel eigen sfeer te creëren. Vaak komt hij zelf in zijn scènes voor. Als hoofdpersoon, figurant of toeschouwer. Ook zijn eigen oorlogsmuseum in de bunker heeft een autobiografisch karakter. Het idee is namelijk ingegeven door de oorlogsfilms die hij zag maar vooral door de oorlogsverhalen van zijn vader, die tijdens de Tweede Wereldoorlog op de Grebbeberg vocht en later in het verzet ging. Wilmering: ‘Het beeld dat in de oorlogsmusea die ik bezocht wordt geschetst van de oorlog sloot op een vreemde manier naadloos aan bij al die ‘spannende jongensverhalen’ van mijn vader en bij die spectaculaire Amerikaanse oorlogsfilms waar mijn broers en ik zo dol op waren. Dit was geen werkelijkheid, dit was fantasie: iedereen was goed, óók de Duitsers... mooie pakken hadden die ook!’

Het uitgangspunt voor zijn kabinet is een foto van zijn vader tijdens de mobilisatie van 1940. Gekscherend en met een grote grijns richt hij zijn geweer/pistool? op de camera. De foto is zo tegenstrijdig dat het wel fictie lijkt. Alsof er helemaal geen oorlog dreigde en zijn vader zin had in een verkleedpartijtje.


Embedded Art / Nationaal Militair Museum, 2015