TASS, een schilderij van Luuk Wilmering – Janneke Wesseling

Het schilderij Tass, hoe grappig en ongerijmd het ook is, oogt toch als een klassiek groepsportret. Dit zit hem in de manier waarop de figuren gegroepeerd zijn, en bijvoorbeeld ook in de expressiviteit van de handen. Handen rustend op een buik, gevouwen om een knie, bezige vrouwenhanden.

Tass, een recent schilderij van Luuk Wilmering (1957, woont en werkt in Haarlem) roept twee andere schilderijen in herinnering: de groepsportretten van de Regentessen en Regenten van het Oudemannenhuis in Haarlem, geschilderd door Frans Hals. In de zwartbruine, vrijwel monochrome schilderijen lichten witte kragen en handen met witte manchetten fel op. Ook hier trekken de handen de aandacht. De vrouwenhanden zijn tanig, gerimpeld, beringd en met kromme vingers. De vrouw uiterst links heeft haar hand geopend op de schoot en nodigt daarmee de beschouwer naar binnen. De man uiterst rechts kijkt ons aan en wijst naar ons met een behandschoende hand. Hij heeft dezelfde functie als Mickey Mouse in Tass.

Net als bij Frans Hals is er ook in Wilmerings schilderij een mooi spel van gebaren en blikrichtingen waar je als kijker direct bij betrokken wordt. De bebrilde man, die de compositie afsluit, kijkt ons recht aan. Mickey Mouse sluit het tafereel aan de linkerkant af. De oudere man heeft de blik afgewend, weg van de twee vrouwen, die zich concentreren op hun handen.

Wilmering houdt van de zeventiende-eeuwse schilderkunst en kent de twee doeken van Frans Hals goed. De heldere hardheid, de genadeloosheid van het groepsportret spreekt hem aan. Ondanks de humor heeft ook Tass een harde, vileine ondertoon. De vrouwen oefenen in het omdoen van een condoom, de blanke mannen zitten er passief en zelfgenoegzaam bij. Het vileine zit hem ook in details, zoals het blanke vleeskleurige hemdje van de zwarte vrouw.

Door ons aan te kijken maakt de bebrilde man ons medeplichtig, net als gebeurt bij Frans Hals. De blik is niet te ontwijken, je wordt het beeld ingezogen en je bent getuige, of je wil of niet. Wilmering is hierbij geen buitenstaander, want de bebrilde man is hij zelf. Hij is vaak in zijn werk aanwezig, als een signatuur, maar ook om duidelijk te maken dat hij deel uitmaakt van de misstanden die hij, op een lichtvoetige manier, aan de kaak stelt.

Tass is de naam van een persbureau. De serie schilderijen waar het toe behoord hebben allemaal namen van nieuwsagentschappen: Reuters, ANP, Magnum enzovoort.  De zakelijkheid en afstandelijkheid van deze namen, de objectiviteit die ze suggereren, bevallen Wilmering goed. De schilderijen zijn gebaseerd op collages van nieuwsfoto’s. Wilmering houdt zich al langer bezig met krantenfoto’s, zoals vorige jaar te zien was op de tentoonstelling “Journal” in Museum De Pont in Tilburg. Hij exposeerde er ondermeer een krant die hij gemaakt had, gebaseerd op NRC Handelsblad, met een index van krantenkoppen en uitgesneden foto’s. Het gaat Wilmering om de dagelijkse overkill aan nieuws, die ons ongevoeligheid maakt voor gebeurtenissen. We verliezen het gevoel voor nuances, en we weten nauwelijks nog wat echt is en niet echt.

Wilmering betrekt de krantenfoto’s niet alleen door middel van de compositie op de klassieke schilderkunst, maar ook door een proces van graduele “de-mechanisering”, zoals hij het noemt. Hij maakt het virtuele stoffelijk, het “onechte” maakt hij echt en tastbaar. Het uitgangspunt van het schilderij is steeds een collage van krantenfoto’s. Bij Tass was dit een foto van de man voor zijn vogelkooitjes, waar Wilmering de vrouwen, Mickey Mouse, het fallus-achtige schoenmakersattribuut op tafel, de was aan de lijn, en de bebrilde man bij plakte. De collage laat hij scannen, met een zeer hoge resolutie zodat hij het beeld heel groot op kan blazen. Het schilderijformaat wordt bepaald door het zeventiende-eeuwse groepsportret, waarbij de geportretteerden vaak bijna levensgroot geschilderd zijn.

Nadat de print is afgedrukt op linnen kan het eigenlijke schilderwerk beginnen. Hoewel de eerste indruk van Tass tamelijk kleurloos is, met veel grijs dat herinnert aan de oorspronkelijke krantenfoto, werkt Wilmering toch intensief met kleur. Vrijwel alle delen van het beeld zijn door hem behandeld. Hij schildert delen van de voorstelling in en trekt plooien en oneffenheden recht, als een soort plastisch chirurgisch schilderen. Het meest opvallend is het weg geschilderde gezicht en de grijs monochrome vlakken van de “was” aan de lijn. Ook de zwarte legging is duidelijk geschilderd, en het vleeskleurige hemdje. Bij andere delen is nauwelijks te zien dat ze geschilderd zijn. De witte vogeltjes in de kooitjes waren oorspronkelijk geel. Het lichtblauwe overhemd is secuur overgeschilderd, Wilmerings broek en overhemd zijn dun ingeschilderd en zijn handen maakte hij een stuk lichter.

Zo zijn er allerlei gradaties van realisme in het schilderen, van vrijwel fotografisch tot “abstract”, zoals in het gezicht en het wasgoed. Hierdoor ontstaat een gelaagdheid, een complex geheel van afstand en nabijheid. Het beeld raakt gedefragmenteerd. Met alle overeenkomsten die er mogen zijn tussen Tass en de groepsportretten van Frans Hals is dit belangrijk verschil. De zeventiende-eeuwse schilders schilderden een voorstelling als een hecht geheel, als een virtuele wereld die door ons zou kunnen worden betreden. Bij de postmoderne schilder Wilmering is deze wereld uit elkaar gevallen.


Janneke Wesseling, 2010